W140

1991-1999

In maart 1991 werd op de Automobiel-Salon van Genève de nieuwe generatie van de S-Klasse (W140) voorgesteld. Het carrosserieontwerp omvatte de traditionele Mercedes-Benz typische stijlelementen. Zoals ook bij de SL-typen R129 werd de grille nieuw vormgegeven. Bij deze “plaat-grille” of “bakplaat-grille” was de radiateurafdekking met zijn wezenlijk smallere chroomlijst in de motorkap geintegreerd. De Mercedes-ster zat voor het eerst niet meer op de grille zelf, maar enigszins naar achteren op de motorkap.

Een ander vormgevingsaspect was verbetering van de aerodynamica zonder dat het ten koste zou gaan van de binnenruimte. Aanvankelijk werd de nieuwe S-klasse kritisch ontvangen. De overgang van de elegante en ingetogen W126 naar de pompeuze, zware W140 viel niet overal even goed. De W140 werd op grond van zijn voorkomen geassocieerd met een groot benzineverbruiker, hoewel de praktijkcijfers dit tegenspraken . Ondanks deze kritieken heeft de S-klasse goede verkoopresultaten gerealiseerd.

Mercedes-Benz Typ 500 SEL

Net als bij de voorgaande modellen van de S-klasse bestond er een variant met een verlengde wielbasis. De verlenging van 10 cm kwam weer uitsluitend de beenruimte achterin ten goede kwam. Op motorengebied stonden voor de thuismarkt in eerste instantie vier krachtbronnen ter beschikking, waarvan alleen de 4-kleps 5,0 liter-V8 M119 een oude bekende was. Hier werd, net als in de 500 E, de zogenaamde “Einheitsdeck-Motor” (motorcarter identiek voor zowel de 4,2 alsook de 5,0 liter motor) ingezet. Het volledig elektronische Bosch LH-Jetronic injectiesysteem werd via een hittedraad –luchtmassameter aangestuurd.

De andere drie motoren had men nieuw ontwikkeld. De 4,2 liter 4-kleps V8 was naar het voorbeeld van de 5,0 liter krachtbron uit de bewezen 4,2 liter 2-klepper ontstaan en de 6 cilinder lijnmotor met 3,2 liter inhoud was gebaseerd op de twee jaar daarvoor ingevoerde 3 liter 4-klepper. Als interessant detail moet hierbij nog worden aangetekend dat de type-aanduiding van de 3,2- en 4,2 liter modellen niet, zoals anders gebruikelijk, exact de cilinderinhoud weergaf. Om redenen van homogeniteit werden in plaats daarvan de aanduidingen 300 SE/SEL en 400 SE/SEL gekozen.

6-liter V12

Een volledig nieuwe constructie was de 6,0 liter V12 motor M120, die niet alleen de eerste in serie geproduceerde personenauto twaalfcilinder van Mercedes-Benz was, maar met een vermogen van 300 kW (408 pk) tevens als sterkste Mercedes personenauto motor de geschiedenis inging. Het koppel bedroeg 580 Nm en overschreed reeds bij 1.600 tpm de 500 Nm grens. Net als bij de zescilinder en de beide V8 motoren was ook de twaalfcilinder met 4-kleps techniek, verstelbare inlaat-nokkenassen alsmede een elektronisch injectiesysteem met hittedraad-luchtmassameter uitgerust.

Mercedes-Benz Typ 600 SEL

Bij alle motoren stond minimalisering van de uitstoot van schadelijke stoffen en het brandstofverbruik op de voorgrond. De nieuwe, volledig elektronische ontsteking berekende uit totaal 300 ontstekingskenvelden het optimale ontstekingstijdstip voor elke cilinder afzonderlijk. De M120 beschikte over een cilinder-selectieve antiklopregeling. Dit maakte een compressieverhouding van 10:1 mogelijk.

Compleet nieuw was ook het motor- en aandrijflijn managementsysteem, waarbij alle besturingsmodules over een gemeenschappelijk datakanaal met elkaar communiceerden. Dit was onder andere van belang voor een snelle opwarming van de katalysatoren voor de werking van ASR en MSR (anti-doorslip regeling en stabiliteitssysteem bij gas loslaten op een gladde ondergrond). De V12 beschikte met 7 liter inhoud over de grootste personenauto-katalysatorinstallatie ter wereld. De katalysator kende geen hoger brandstofverbruik meer en had een lange levensduur.

Duurzaamheid

De S-Klasse luidde het tijdperk van de FCKW (= Fluor Choor Kool Waterstof) vrije auto’s in en zette een maatstaf met betrekking tot recycling. De toegepaste kunststofdelen waren niet alleen opnieuw te gebruiken en duidelijk gemarkeerd, maar bovendien reeds veelvuldig onder toepassing van regranulaat gefabriceerd. In 1992 ontving de S-Klasse de milieuprijs van het Amerikaanse “Environmental Protection Agency”, de “Stratospheric Ozone Protection Award”.

Mercedes-Benz Typ 600 SEL, seit 06.93: S 600 lang

Naast brandstofverbruik reducering en een toegenomen milieuvriendelijkheid stond bij de ontwikkeling van de W140 een verdere perfectionering van het comfort en de veiligheid op de voorgrond. Naast vele andere factoren speelden hier in het bijzonder de zorgvuldige vormgeving en afstemming van de wielophanging een rol. Als voorwielophanging fungeerde een nieuw ontwikkelde vooras met dubbele dwarsgeplaatste wieldraagarmen, die op een subframe gemonteerd was. Zo werd een ontkoppeling van de carrosserie ten opzichte van hoor- en voelbare trillingen bewerkstelligd.

De achterwielophanging de zogenaamde “Raumlenkerachse”(een as met meerdere wieldraagarmen per wiel) werd van de E en C-klasse afgeleid, maar met betrekking tot de wielgeleiding gemodificeerd. Met de duidelijk grotere langs- en dwarskrachten werd de stuurgeometrie nieuw berekend. Opmerkelijk is de gekruiste uitvoering van de bovenste wieldraagarm, waardoor de asbouwruimte ondanks de grotere armlengte klein kon worden gehouden.

Actieve veiligheid

Wat betreft de actieve veiligheid kenmerkten de S-Klasse limousines van de W140 serie zich door buitengewoon goede rechtuit stabiliteit (ook op slechte wegen), door geringe zijwindgevoeligheid, door een precies werkende besturing en een ongevoeligheid voor het rijden met verschillende belading. Bij het remsysteem van de acht- en twaalfcilinder modellen werd meer remkracht naar de achterwielen geleid werd. De stabiliteit van het remsysteem verhoogde daarmee en de slijtage aan de voorremmen verminderde.

Mercedes-Benz Typ 300 SE 2,8

Het hoge rijcomfort van de S-Klasse lag op een hoog niveau. De auto straalde rust en stabiliteit uit. De voor het eerst in een personenauto gemonteerde dubbele ruiten vermijden beslaan en dempte van geluiden van buitenaf. De al hoge veiligheidsstandaard van de W126 werd nogmaals duidelijk verbeterd. De auto kwam scoorde hoge cijfers in de botsproeven. Centrale vergrendeling en elektrisch bedienbare ruiten behoorden tot de standaarduitructing. Twee constructiedetails, inklappende buitenspiegels en uitschuifbare peilstaven als achteruitrijhulp, ondersteunden de bestuurder bij het manouvreren.

Coupé

De wereldpremière van de SEC-Coupé’s van de W140 serie vond in januari 1992 op de ‘North American International Auto Show’ in Detroit plaats. De Europese presentatie volgde twee maanden later op de Automobiel Salon van Genève. Aanvankelijk werden twee varianten aangeboden: de 500 SEC en de 600. Beide versies waren zeer compleet uitgevoerd en vormden de topmodellen van het personenautoprogramma.

Traditiegetrouw werden ook de normale vijfzits limousines van de S-Klasse in gepantsterde uitvoering aangeboden. Deze werden uitgevoerd met een 5,0 liter V8 of 6,0 liter V12 motor. De productie van beide typen begon in februari 1992, een jaar na de algemene start van de W140 fabricage.

Mercedes-Benz Typ S 300 Turbodiesel

Mercedes-Benz Typ S 300 Turbodiesel

In oktober 1992 werden op de Autosalon van Parijs de typen 300 SE 2.8 en 300 SD voorgesteld, die het S-Klasse programma met twee gunstiger geprijsde en vooral zuiniger modellen complementeerden. Opzien baarde de 300 SD, die sinds oktober 1991 naar de Verenigde Staten geëxporteerd werd, maar nu ook als eerste S-Klasse dieselmodel op de thuismarkt verkrijgbaar was. De 300 SD werd aangedreven door een 3,5 liter zes cilinder motor met turbo, afgeleid van de diesel motor uit de W126, nu echter in met 150 pk.

De tweede primeur was de 300 SE 2.8. Deze beschikte evenals de 300 SE over een 3,0 liter zes cilinder lijnmotor met 24 kleppen en behoorde tot de M104 motorfamilie. Ook in de W 124 werd deze 2,8 liter motor toegepast. Deze krachtbron was voorzien van een microprocessor gestuurd injectiesysteem dat niet meer door een hittedraad, maar door een hetelucht-film massameter aangestuurd werd.

Mercedes-Benz Typ S 350 Turbodiesel

Behalve de nieuwe modellen werden in Parijs de acht- en twaalfcilindertypen met enigszins gemoderniseerde motoren gepresenteerd. Bij alle drie de motoren was de mengselverrijking bij volgas geschrapt, wat enige prestatieverliezen tot gevolg had, maar de schadelijke uitstoot verminderde.

Nieuwe type-aanduidingen

In juni 1993 werden de type-aanduidingen, analoog aan de overige modelreeksen van het personenauto-programma veranderd. De “S” stond nu voor een 3-cijferig getal en toevoegingen als “E”, “D”en “L” kwamen te vervallen. De 500 SE werd S 500 en de 600 SEL werd volgens de nieuwe naamgeving S 600 Lang. Op het typeschildje op het kofferdeksel kon niet meer afgelezen welke lengte de auto had. Ook veranderden de type-aanduiding van de 4,2 liter typen en de zescilinder modellen.

In plaats van de tot dan toe gebruikte cijfers, die op hele honderdtallen was afgerond, werd nu het daadwerkelijke getal vermeld, overeenkomend met de cilinderinhoud. Zo kwam de S 320 bijvoorbeeld voort uit de 300 SE en de S 350 Turbodiesel uit de 300 SD. Behalve deze puur formele wijzigingen werden de beide 3,2 liter modellen ook gemodificeerd. In de motor werden wijzigingen doorgevoed aan het inlaatspruitstuks en de brandstofinjectie. Daardoor nam het koppel toe en het vermogen en maximum koppel kwamen vrij bij lagere toerentallen. Het brandstofverbruik daalde met gemiddeld 7,5%.

Mercedes-Benz Typ 300 SEL

Analoog aan de andere personenauto-typen werd in juni 1993 ook bij de S-Klasse Coupès de nieuwe type-aanduiding ingevoerd. Uit de 600 SEC kwam zo de S 600 Coupé voort. De carrosserievorm was in één oogopslag duidelijk. Vandaar op het kofferdeksel alleen de klasse en cilinderinhoud vermelding. Op de Automobiel Salon van Genève in maart 1994 werd de Coupéfamilie uitgebreid met de S 420 Coupé. De limousines van de S-Klasse presenteerden zich stilistisch onopvallend gewijzigd.

Een reeks van detailwijzigingen zorgde als totaalbeeld voor een optisch lichtere, beter geproportioneerde en meer dynamische verschijning, dit alles bij gelijkblijvende afmetingen. De modificatie betrof aanpassingen van de bumpers, flankbeschermingsplaten, koplampen en grille. De zes- en achtcilinder modellen kregen een nieuw gevormde, fijnmazige grillebehuizing met een verticale knik in het midden. Voor de V12-typen kwam tegelijkertijd een aparte uitvoering met verchroomde dwarsgeplaatste lamellen en duidelijk bredere chroomomlijsting in de motorkap.

Een wezenlijke factor voor het harmonische totaalbeeld van de S-Klasse vormde bovendien de formele vormgeving van de achterpartij. Zo werden de randen aan de onderzijde van het kofferdeksel analoog aan de Coupè modellen afgerond. De voormalige lichtband werd in het gedeelte onderaan de achterlichten verbreed. De achterzijde leek al met al breder en dieper liggend kwam minder massief over.

Nieuwe automaten

Twee baanbrekende technische noviteiten waren voor het eerst in de S 600 Coupè verkrijgbaar. In mei 1995 verving een volkomen nieuw ontwikkelde vijf-traps automaat met slip-gestuurde Wandler-koppelomvormer en elektronische regeling de vier-traps automaat. die op grond van zijn uitgekiende elektronische besturing het brandstofverbruik verminderde.

De nieuwe automaat was licht en compact en economisch te produceren. Een belangrijkere vernieuwing werd gelijktijdig ingevoerd en behoorde sindsdien tot de standaarduitrusting van de S 600 Coupè: het “Elektronische-Stabiliteits-Programma” (ESP) dat door middel van sensors gericht rem-ingrepen uitvoerde en daarmee tot de rijveiligheid bijdroeg.

Mercedes-Benz S-Klasse-Limousine der Baureihe 140.

Vanaf mei 1995 was op verzoek de ultrasone parkeerhulp “Parktronic” leverbaar. Bij de beide V12 modellen behoorde de “Parktronic” tot de standaarduitrusting. De peilstaafjes in de achterschermen kwamen te vervallen. Nadat de in maart 1994 voorgestelde modelwijzigingen vooral het design betroffen, werden in september 1995 bij de acht- en twaalfcilinder modellen enige technische verbeteringen doorgevoerd.

De vijf-traps automaat werd nu ook gekoppeld aan de V8-motoren. Deze motoren kregen een gemodificeerde krukas, een geoptimaliseerde klepbediening, lichtere zuigers, afzonderlijke bobines voor elke cilinder, alsmede een verbeterd elektronisch motor-management van het type Motronic ME 1.0 om het verbruik met gemiddeld 7% te reduceren en om de kwaliteit van de uitlaatgassen met 40% te verbeteren. De constructieve wijzigingen aan de V12 motor vielen minder omvangrijk uit en betroffen slechts de plaatsing van de bobines en verbeteringen aan het motor-management.

Als gevolg van de verschillende wijzigingen aan de motor en de toepassing van de nieuwe automaat kon het brandstofverbruik van de V8- en V12 typen bij gelijk blijvende prestaties met gemiddeld 7%, de schadelijke uitstoot zelfs met meer dan 40% gereduceerd worden.

ESP en Pullman

Vanaf september 1995 stond voor de achtcilinder motoren op verzoek nu eveneens ESP ter beschikking. Ook werd een nieuwe variant aangeboden, de S 600 Pullman, die als nieuwe staatslimousine met speciale bepantsering ontwikkeld. Deze speciaal te produceren auto was met een lengte van 621 cm exact een meter langer dan de S 600 Lang. De verlenging kwam de achterpassagiers ten goede, die op comfortabele, tegenover elkaar geplaatste zetels plaats namen en hun passagiersgedeelte middels een scheidingswand konden afsluiten.

De Pullman limousine was als S 500 en S 600 ook zonder extra bepantsering verkrijgbaar, de eerste exemplaren van beide varianten werden in augustus 1996 uitgeleverd. In juni 1996 werd de S-Klasse nogmaals gemoderniseerd. Ook voor de zescilinder modellen was de hierboven genoemde automatische vijfbak nu verkrijgbaar, bij de S 280 op verzoek en bij de overige modellen als standaard. Tegelijkertijd werd het ASR (antislip regeling) systeem ook bij de zescilinders in de standaarduitrusting opgenomen.

Mercedes-Benz Typ 600 Pullman-Limousine der Baureihe W 140

Noemenswaardige vernieuwingen waren verder de standaard aanwezigheid van sidebags voor bestuurder en passagier, een sensor in de zetel voor het uitschakelen van de passagiers-airbag, een regensensor en bagagenetten in de kofferruimte en in de voetenruimte voorin. Xenon verlichting met reinigings-installatie en automatische hoogte regeling stonden als accessoire ter beschikking.

Ook uiterlijk presenteerden de S-Klasse limousines zich sinds juni 1996 licht gewijzigd in de vorm van in zijdeglanzende wagenkleur gespoten aanbouwdelen, die voorheen in een contrasterende kleur waren uitegevoerd. Met uitzondering van de beschreven detailverbeteringen werd in juni 1996 ook een modelwisseling doorgevoerd.

Ook in juni 1996 werd de S 350 Turbodiesel door de S 300 Turbodiesel afgelost. De S 300 was nu ook voorzien van vier-kleppen technier. Het vermogen steeg daarmee tot 177 pk en het koppel nam toe met 20 Nm en was over een breder toerental beschikbaar. Uitstoot en verbruik konden door optimalisering van de verbranding duidelijk verminderd worden. De S 300 Turbodiesel werd standaard met de elektronisch gestuurde 5-traps automaat geleverd.

In dezelfde maand werden ook de type benamingen voor de Coupès nogmaals gewijzigd. De herbenoeming in “CL” is tot op heden nog gangbaar. De CL-Coupè’s waren nu standaard voorzien van “Parktronic”. Verdere opmerkelijke vernieuwingen waren Xenon en een tempomaat met 30 km/u snelheidsbegrenzer, sidebags en de sensor in de passagiersstoel ter herkenning voor eventueel noodzakelijk airbag gebruik.

Remassistent BAS

Sinds december 1996 was ESP ook beschikbaar voor de met een automatische transmissie uitgeruste typen S 280 en S 320. Tegelijkertijd was de wereldpremière van de remassistent BAS die standaard in alle modellen van de modelreeksen 129 en 140 ingebouwd werd. BAS was in staat een noodstop te herkennen en kon automatisch en in een kortere tijd als voorheen een maximale remdruk op te bouwen. De remweg van het voertuig werd daardoor bij een noodstop aanmerkelijk verkort.

Mercedes-Benz S-Klasse-Limousinen

Met de S 500 L Landaulet, die als éénmalige creatie voor het Vaticaan was ontstaan, werd in mei 1997 weer een nieuwe variant van de W140 geproduceerd en aan Paus Johannes Paulus II overhandigd. Het Landaulet-dak werd elektrohydraulisch bediend en gaf na opening een vrij zicht op de op zijn centraal geplaatste troon gezeten HeiligeVader. Er stonden klapstoeltjes voor twee begeleiders ter beschikking.

1999 aflossing nieuwe S-type W220

Op de Automobiel Salon van Parijs in september 1998 werd de W 220 gepresenteerd. In de fabriek te Sindelfingen was de serieproductie van de W140 op dit tijdstip reeds gestopt, slechts de productie van de gepantserde uitvoeringen en de Pullman limousines werd nog voortgezet. Tot september 1998 waren in totaal 406.532 limousines van de S-klassse W140 geproduceerd, waarvan 28.101 stuks met een dieselmotor.

De productie van de CL modellen eindigde in september 1998, zes jaren na de productiestart. Liefhebbers van de grote Mercedes-Benz Coupè’s moesten geduld hebben. De opvolger zou pas in de herfst van 1999 verschijnen. Totaal werden er in Sindelfingen 26.022 W140 Coupè’s gebouwd.

Mercedes-Benz Typ S 280 der Baureihe 140

De grootste S-Klasse aller tijden had het, met name aan het begin van zijn carrière en vooral in Duitsland, ondanks zijn onbestreden kwaliteiten niet makkelijk. Ter afscheid verscheen in de “Frankfurter Allgemeine Zeitung” van 25 augustus 1998 onder de kop “Het einde van de grote patriarch.

Sentimenteel afscheid: De S-Klasse was altijd beter dan zijn reputatie”, dit was een herdenking van Wolfgang Peters. Hierin heette het onder andere: “Geen andere auto bood een beter rij- en veercomfort en geen andere wagen in deze categorie liet zich net zo veilig en tegelijkertijd lichtvoetig bewegen. De S-Klasse was een reus, die men het dansen op de teentoppen had bijgebracht. De nieuwe S-Klasse wordt slanker en ranker: Wij missen de dikke nu al.”